ECLI:NL:RVS:2014:654
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak intrekking keuringsbevoegdheid RDW wegens niet-beschikbare hefinrichting
De RDW trok op 5 december 2012 de keuringsbevoegdheid van appellant voor voertuigen tot 3500 kg voor zes maanden in vanwege het niet beschikbaar zijn van een vierkoloms hefinrichting tijdens een steekproef op 25 september 2012. Dit voertuig stond op de hefinrichting en kon vanwege een defect niet worden verreden.
Appellant betoogde dat hij binnen vijftien minuten na aankomst had voorgesteld het andere voertuig te verwijderen, maar de steekproefcontroleur dit niet nodig achtte. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de hefinrichting niet tijdig beschikbaar was en dat appellant de overtreding had begaan. De voorzieningenrechter kwalificeerde de overtreding als categorie I, een lichte overtreding.
De RDW stelde dat de overtreding als categorie III moest worden aangemerkt omdat onvoldoende medewerking werd verleend. De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de voorzieningenrechter ten onrechte de overtreding als categorie I kwalificeerde en dat het niet beschikbaar stellen van de hefinrichting, ook zonder opzet, een categorie III overtreding is. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard, het hoger beroep van de RDW gegrond en de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd.
De Afdeling bevestigde dat het beleid van de RDW met verschillende categorieën overtredingen niet onredelijk is en dat appellant geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan vermeende toezeggingen van de steekproefcontroleur. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van de RDW wordt afgewezen.