ECLI:NL:RVS:2014:737
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.C. Kranenburg
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tegemoetkoming planschade wegens vervallen bouwmogelijkheid tweede woning
Het college van burgemeester en wethouders van Teylingen wees het verzoek van verzoekster om een tegemoetkoming in planschade af, omdat zij meende dat de schade voor rekening van verzoekster moest blijven vanwege passieve risicoaanvaarding en dat geen bouwmogelijkheid was ontnomen.
De rechtbank vernietigde het besluit en kende verzoekster een tegemoetkoming van €40.300 toe, omdat de planologische wijziging leidde tot een waardevermindering van haar woning. Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de periode van vijf maanden tussen de terinzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan en het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende was om een ontvankelijke bouwaanvraag in te dienen. Tevens was sprake van een planologisch nadeel dat niet gecompenseerd werd, aangezien de bouwmogelijkheid voor een tweede woning op het perceel was vervallen.
Het college kon niet aantonen dat verzoekster eerder op de hoogte was van het vervallen van de bouwmogelijkheid en haar stelling dat zij nooit de intentie had om te bouwen, leidde niet tot passieve risicoaanvaarding. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de toekenning van een tegemoetkoming in planschade van €40.300 aan verzoekster wordt bevestigd.