ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ4150
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning tegemoetkoming planschade wegens vervallen bouwmogelijkheid tweede woning
Eiseres diende een verzoek in tot tegemoetkoming in planschade wegens het vervallen van de bouwmogelijkheid voor een tweede woning op haar perceel. Verweerder wees dit verzoek af, stellende dat de bouwmogelijkheid niet was benut en sprake was van passieve risicoaanvaarding. De rechtbank onderzocht of eiseres de schade had kunnen voorkomen door tijdig een bouwaanvraag in te dienen tussen het moment dat het vervallen van de bouwmogelijkheid voorzienbaar werd (24 november 2005) en de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan op 1 mei 2006.
De Stichting advisering bestuursrechtspraak (StAB) concludeerde dat een minimale termijn van 24 weken nodig was om een ontvankelijke bouwaanvraag in te dienen, wat te kort was binnen de beschikbare periode. Verweerder slaagde er niet in dit advies te weerleggen. De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond was en vernietigde het bestreden besluit. Vervolgens besloot de rechtbank zelf dat eiseres een vergoeding van €40.300 toekomt, gebaseerd op de onbetwiste taxatie van de waardevermindering van haar onroerende zaak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De uitspraak bevestigt dat passieve risicoaanvaarding niet van toepassing is indien de aanvrager niet binnen de redelijke termijn een bouwaanvraag kon indienen die in beginsel vergunningwaardig was.
Uitkomst: De rechtbank kent een vergoeding van €40.300 toe aan eiseres wegens het vervallen van de bouwmogelijkheid voor een tweede woning.