ECLI:NL:RVS:2014:772
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toevoeging na niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, waarin het beroep tegen de intrekking van een toevoeging door de raad voor rechtsbijstand ongegrond werd verklaard. De intrekking vond plaats bij besluit van 9 oktober 2012, en het bezwaar werd pas op 18 januari 2013 ingediend, buiten de wettelijke termijn van zes weken.
De raad stelde dat het bezwaar niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege termijnoverschrijding. De rechtbank achtte de kans op een fout in de geautomatiseerde verzendprocedure van de raad verwaarloosbaar klein en ging ervan uit dat het besluit daadwerkelijk was verzonden en ontvangen. Appellant voerde aan dat de raad onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het besluit naar het juiste adres was verzonden, omdat de verzendadministratie niet deugdelijke gegevens bevatte.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het bestuursorgaan bij niet-aangetekende verzending aannemelijk moet maken dat het besluit is verzonden naar het juiste adres. Gelet op de nadere toelichting van de raad over het geautomatiseerde proces, waarbij besluiten als pdf worden opgeslagen, geprint, in enveloppen gedaan en direct aan PostNL worden aangeboden, achtte de Afdeling aannemelijk dat het besluit van 9 oktober 2012 naar het adres van appellant is verzonden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de toevoeging blijft in stand.