ECLI:NL:RVS:2014:780
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing uitbreiding afvalverwerkingsbedrijf VAR met milieurechtelijke aspecten
De raad van de gemeente Voorst stelde op 27 mei 2013 het bestemmingsplan 'Var-West 2013' vast, dat de uitbreiding van het afvalverwerkingsbedrijf VAR met circa 7,8 hectare mogelijk maakt. Diverse appellanten, waaronder de vereniging Algemeen Belang Wilp-Achterhoek en omwonenden, maakten hiertegen bezwaar en beroep, onder meer vanwege de toepassing van de Crisis- en herstelwet, de milieueffectrapportage, geluid- en stofhinder, en de ruimtelijke inpassing.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de toepassing van afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet op het besluit terecht was. Wel constateerde zij dat bepaalde onderzoeksrapporten niet tijdig ter inzage waren gelegd, waardoor een bestuurlijke lus noodzakelijk is om alsnog te reageren. Het beroep van één appellant werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van beroepsgronden.
Ten aanzien van de milieueffectrapportage stelde de Afdeling vast dat het plan onzorgvuldig was vastgesteld omdat het storten van inerte/minerale afvalstoffen en de bewerking en verwerking van asbest en asbesthoudende producten planologisch mogelijk maakt zonder dat dit voldoende is onderzocht. Ook de planregels over geluid, stofhinder en afwijkingsbevoegdheden werden als onvoldoende zorgvuldig gemotiveerd en onderzocht beoordeeld. De raad had onvoldoende rekening gehouden met de maximale opslaghoogte van 15 meter en de geluidbelasting door opbulken van goederen.
De Afdeling oordeelde verder dat de raad in redelijkheid de noodzaak van de uitbreiding kon aannemen en dat de beleidsvrijheid bij de bestemmingsplanvaststelling niet was overschreden. De motivering voor het afwijken van richtafstanden was echter onvoldoende. Ook werd geoordeeld dat de raad voldoende onderzoek had gedaan naar waterhuishouding, geurhinder, bodem- en grondwatervervuiling en ecologie, waarbij nader onderzoek en ontheffingen onder de Flora- en faunawet nog kunnen volgen.
De uitspraak bevat een uitgebreide analyse van de milieurechtelijke en ruimtelijke aspecten, waarbij de Afdeling het plan deels vernietigt en deels in stand laat, en een bestuurlijke lus toepast om procesrechtelijke gebreken te herstellen.
Uitkomst: Het bestemmingsplan voor de uitbreiding van VAR wordt deels vernietigd wegens onzorgvuldigheden en onvoldoende milieutoetsing; een bestuurlijke lus wordt toegepast.