ECLI:NL:RVS:2014:799
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens overdracht aan Italië conform Dublinverordening
De vreemdeling heeft op 11 oktober 2013 in Nederland asiel aangevraagd, maar de staatssecretaris wees de aanvraag op 17 oktober 2013 af vanwege de verantwoordelijkheid van Italië onder de Dublinverordening. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde.
De vreemdeling voerde aan dat overdracht aan Italië strijdig is met artikel 3 EVRM Pro wegens ontoereikende leefomstandigheden en toekomstperspectief in Italië. Hij ondersteunde dit met diverse buitenlandse rechterlijke uitspraken en rapporten van vluchtelingenorganisaties en de UNHCR.
De staatssecretaris stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat Italië geen systemische tekortkomingen vertoont in de opvang en behandeling van asielzoekers. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bevestigde in recente uitspraken dat Italië geen schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat overdracht aan Italië onrechtmatig is. De aangevoerde rapporten en uitspraken tonen geen wezenlijke verslechtering van de situatie in Italië. De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de voorzieningenrechter en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.