ECLI:NL:RVS:2014:2578
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens toepassing Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De vreemdeling diende op 21 juni 2013 een asielaanvraag in Nederland in, die werd afgewezen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek volgens de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kon worden toegepast vanwege structurele tekortkomingen in Italië met betrekking tot opvang, toegang tot de asielprocedure en ondersteuning van asielzoekers, wat zou leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro. Hij ondersteunde dit met diverse rapporten en uitspraken.
De staatssecretaris betoogde dat deze rapporten reeds waren beoordeeld en dat er geen wezenlijke verslechtering was sinds eerdere uitspraken. Ook verwees hij naar het voortzetten van Dublinoverdrachten door andere lidstaten en een ambtelijk bezoek aan Italië dat geen capaciteitsproblemen bevestigde.
De Raad van State oordeelde dat de situatie in Italië geen zodanige tekortkomingen vertoont dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast kan worden. De overdracht aan Italië leidt niet tot een situatie die strijdig is met artikel 3 EVRM Pro. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.