ECLI:NL:RVS:2014:803
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens overdracht aan Italië conform Dublinverordening
De vreemdeling diende op 17 september 2013 een asielaanvraag in Nederland in, welke door de staatssecretaris op 23 september 2013 werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat overdracht aan Italië strijdig zou zijn met artikel 3 EVRM Pro vanwege tekortkomingen in de opvang en procedurele waarborgen in Italië. Hij verwees naar diverse rapporten en stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast kon worden. De staatssecretaris betoogde dat de situatie in Italië geen systemische tekortkomingen vertoont en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel terecht werd toegepast.
De Afdeling overwoog dat eerdere uitspraken en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) geen aanwijzingen geven voor een schending van artikel 3 EVRM Pro bij overdracht aan Italië. De aangevoerde rapporten toonden geen verslechtering of systemische tekortkomingen. De grief faalt en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.