ECLI:NL:RVS:2014:1803
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel na Dublinprocedure
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 28 maart 2013 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk was voor de behandeling van het asielverzoek. De rechtbank Den Haag verklaarde dit besluit onterecht en bepaalde dat Nederland verantwoordelijk was geworden vanwege het verstrijken van de overdrachtstermijn.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het terugnameverzoek niet was gebaseerd op Eurodac-gegevens, maar op een eerder door Italië geaccepteerd overnameverzoek. Hierdoor gold een langere overdrachtstermijn die nog niet was verstreken, mede vanwege een voorlopige voorziening van de rechtbank.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Bovendien concludeerde de Afdeling dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een hernieuwde toetsing van het besluit rechtvaardigden. De vreemdeling kon daarom niet op grond van het beroep in kwestie een verblijfsvergunning verkrijgen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.