ECLI:NL:RVS:2014:805
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing asielaanvraag en beoordeling overdracht aan Italië onder Dublinverordening
Bij besluiten van 26 augustus 2013 heeft de staatssecretaris de aanvragen van drie vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond, vernietigde de besluiten maar liet de rechtsgevolgen in stand. De vreemdelingen stelden hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad verklaarde het hoger beroep van twee vreemdelingen niet-ontvankelijk omdat zij vrijwillig naar Armenië waren vertrokken. Voor de derde vreemdeling, die op 24 mei 2013 een asielaanvraag in Nederland indiende, bevestigde de Raad de uitspraak van de voorzieningenrechter. De vreemdeling voerde aan dat overdracht aan Italië strijdig zou zijn met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro vanwege slechte opvangomstandigheden en schending van Europese richtlijnen.
De Raad overwoog uitgebreid dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië blijft gelden, mede gelet op eerdere uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Hof van Justitie. De aangevoerde rapporten en klachten boden geen voldoende grond om aan te nemen dat overdracht aan Italië een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de asielaanvraag en wees de grief af.
Uitkomst: Hoger beroep van twee vreemdelingen niet-ontvankelijk, afwijzing asielaanvraag derde vreemdeling bevestigd.