ECLI:NL:RVS:2017:3264
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit nihilstelling kinderopvangtoeslag over 2012 wegens arbeid en overeenkomst
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten van de Belastingdienst/Toeslagen die de kinderopvangtoeslag voor 2012, 2013 en 2014 op nihil stelden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank onvolledige overeenkomsten had beoordeeld.
De Afdeling gaf appellante gelegenheid volledige stukken te overleggen en beoordeelde of zij arbeid had verricht in de onderneming van haar partner en of de opvang plaatsvond op basis van geldige schriftelijke overeenkomsten. Voor 2012 was sprake van een meewerkaftrek, waardoor aannemelijk was dat arbeid werd verricht; voor 2013 en 2014 ontbrak die bewijsvoering.
De Afdeling oordeelde dat de overeenkomsten met het gastouderbureau voor de periode mei tot december 2012 aan de wettelijke vereisten voldeden, en dat appellante de kosten voor de opvang in 2012 volledig en tijdig had voldaan. Daarom was de nihilstelling voor 2012 onterecht. Voor 2013 en 2014 bleef de nihilstelling terecht wegens onvoldoende bewijs van arbeid.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van 20 februari 2015 vernietigd voor zover het 2012 betreft. De Belastingdienst moet een nieuw besluit nemen en is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit om de kinderopvangtoeslag over 2012 op nihil te stellen is vernietigd; voor 2013 en 2014 blijft de nihilstelling gehandhaafd.