ECLI:NL:RVS:2018:3809
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing huurtoeslagaanvraag wegens termijnoverschrijding ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Appellant heeft voor de jaren 2011 tot en met 2013 huurtoeslag aangevraagd, maar de Belastingdienst/Toeslagen wees deze aanvragen af omdat ze te laat waren ingediend. Appellant stelde dat hij voorafgaand aan de uiterste aanvraagdatum contact had gehad met de Belastingtelefoon, waar hem werd verteld dat zijn inkomen te hoog was, waardoor hij geen aanvraag deed. Later werd zijn verzamelinkomen met terugwerkende kracht herzien, waardoor hij mogelijk toch recht had op toeslag.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag te laat was ingediend en dat er geen hardheidsclausule was om de termijnoverschrijding te passeren. Ook was onvoldoende gebleken dat de Belastingtelefoon medewerkers onzorgvuldig hadden gehandeld of toezeggingen hadden gedaan die het besluit konden doen wijzigen.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij door de Belastingtelefoon was aangemoedigd om alsnog toeslag aan te vragen, maar er was geen registratie van deze gesprekken en onduidelijkheid over de verstrekte informatie. De Raad van State bevestigde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen concrete en ondubbelzinnige toezegging was bewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en afwijzing huurtoeslagaanvraag bevestigd wegens te late indiening.