ECLI:NL:RVS:2016:1235
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning medische behandeling vreemdeling
De vreemdeling, met de Srilankaanse nationaliteit, vroeg om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd vanwege medische behandeling en om uitstel van uitzetting. De staatssecretaris wees deze aanvragen af, waarna de rechtbank het besluit vernietigde omdat onvoldoende was onderzocht of het reisvereiste van fysieke overdracht en voortzetting van 24-uurszorg bij uitzetting kon worden gegarandeerd.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat hij aan zijn vergewisplicht had voldaan en dat het reisvereiste niet al bij besluitvorming volledig geregeld hoefde te zijn. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht had toegezegd dat vóór uitzetting contact zou worden opgenomen met de behandelend arts om overdracht te regelen, en dat Nederland niet het meest aangewezen land is voor de medische behandeling omdat deze in Sri Lanka kan plaatsvinden.
Verder faalden de beroepsgronden van de vreemdeling dat eerdere uitstel van vertrek onterecht was ingetrokken en dat bijzondere individuele omstandigheden onvoldoende waren beoordeeld. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.