ECLI:NL:RBDHA:2021:16225
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing uitstel van vertrek wegens motiveringsgebrek en medische omstandigheden
Eiser, een Servische vreemdeling met PTSS en een verstandelijke beperking, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De Staatssecretaris wees dit verzoek af op basis van een medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) uit 2018, dat later in beroep werd aangevuld met een nieuw advies van januari 2021.
De rechtbank stelde vast dat het oorspronkelijke besluit een motiveringsgebrek bevatte doordat het medische advies onvolledig en onduidelijk was. De aanvulling in beroep was daarom noodzakelijk en maakte het besluit alsnog toetsbaar. De medische situatie van eiser, waaronder het risico op een medische noodsituatie bij uitblijven van behandeling, werd uitgebreid besproken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het BMA-advies terecht als deskundigenbericht mocht gebruiken en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de noodzakelijke medische zorg in Servië niet toegankelijk was. De vraag of de zorg in Servië gelijkwaardig is aan die in Nederland was niet aan de orde. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het advies in beroep was aangevuld.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten van eiser. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige motivering en actuele medische advisering bij beslissingen over uitstel van vertrek.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.