ECLI:NL:RVS:2016:1344
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- J.W. van de Gronden
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving verwijdering boatsaver wegens strijd met Landschapsverordening Utrecht
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht legde aan appellant een last onder dwangsom op om een boatsaver te verwijderen die bij zijn perceel in de Vecht lag, omdat deze volgens het college in strijd was met de Landschapsverordening Provincie Utrecht 2011 (Lsv). Appellant voerde aan dat de verbodsbepaling in de Lsv onverbindend was wegens strijd met hogere regelgeving en willekeur, en dat de boatsaver niet onder het verbod viel.
De rechtbank oordeelde dat de verbodsbepaling doelmatig en niet willekeurig was en dat het college bevoegd was tot handhaving. Ook concludeerde de rechtbank dat het hebben van de boatsaver onder het verbod viel en dat het overgangsrecht niet meer van toepassing was. Appellant stelde dat er concreet zicht op legalisering bestond, maar de rechtbank verwierp dit omdat ontheffing van het verbod volgens de Lsv is uitgesloten.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De verbodsbepaling is niet in strijd met hogere regelgeving, het college heeft de bevoegdheid tot handhaving en er is geen concreet zicht op legalisering. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom blijft van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom tot verwijdering van de boatsaver blijft gehandhaafd.