ECLI:NL:RVS:2016:1562
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Huurtoeslag geweigerd wegens woonark niet als onroerende zaak aangemerkt
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot huurtoeslag over 2013 aan wederpartij herzien en op nihil gesteld omdat de woonruimte op een woonark niet als onroerende zaak wordt aangemerkt. De rechtbank oordeelde anders en verklaarde het bezwaar gegrond, maar de Raad van State vernietigt deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat de woonark weliswaar bestemd is om te drijven en daardoor in beginsel roerend is, en dat de verbinding met de spudpalen en de oever zodanig is dat de woonark met de waterstand meebeweegt. Hierdoor is er geen duurzame vereniging met de grond of oever zoals vereist voor onroerend goed volgens artikel 3:3 BW Pro en jurisprudentie van de Hoge Raad.
De Afdeling concludeert dat de woonark niet als gebouwde onroerende zaak kan worden aangemerkt en dat het besluit van de Belastingdienst om de huurtoeslag op nihil te stellen terecht is. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep bij de rechtbank ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot nihilstelling van de huurtoeslag blijft in stand.