ECLI:NL:HR:2012:BV8198
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat waterwoning in recreatiepark een roerende zaak is
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd voor een waterwoning gelegen in een recreatiepark. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het beroep ongegrond verklaard, maar het hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep gegrond. De Staatssecretaris van Financiën stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of de waterwoning (marina) als onroerend kon worden aangemerkt, omdat de Inspecteur stelde dat deze als bestanddeel van het recreatiepark moest worden beschouwd. De Hoge Raad oordeelde dat de marina een roerende zaak is, omdat deze drijft en bestemd is om te drijven, en dat de verkeersopvatting alleen relevant is voor de vraag of iets duurzaam met de grond is verenigd.
De Hoge Raad verwierp het standpunt van de Inspecteur dat de marina onroerend zou zijn als bestanddeel van het recreatiepark, omdat per afzonderlijke marina moet worden beoordeeld of deze duurzaam met de grond is verenigd. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt dat de waterwoning een roerende zaak is.