ECLI:NL:RVS:2016:1751
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens onttrekking woonruimte aan bestemming zonder vergunning
Het college legde appellant een bestuurlijke boete van €7.500 op omdat zijn woning zonder vergunning werd gebruikt als seksinrichting, wat in strijd is met de Huisvestingswet en de regionale huisvestingsverordening.
Appellant voerde aan dat de controle onrechtmatig was omdat de machtiging tot binnentreden onvoldoende was onderbouwd, maar dit betoog werd niet behandeld omdat het besluit tot machtiging niet ter toetsing lag. Tevens stelde appellant dat de boete vanwege zijn geringe financiële draagkracht moest worden gematigd, maar de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelden dat de vermeende inkomsten uit de overtreding onvoldoende waren onderbouwd en dat het onttrekken van woonruimte op zichzelf een ernstige overtreding is.
De Afdeling bevestigde het eerdere oordeel dat geen bijzondere omstandigheden zijn die matiging van de boete rechtvaardigen. Ook werd opgemerkt dat appellant gebruik kon maken van een betalingsregeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €7.500 wegens onttrekking van woonruimte aan de bestemming zonder vergunning wordt bevestigd.