ECLI:NL:RVS:2018:2051
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake bestuurlijke boete voor onttrekking woonruimte aan woonbestemming
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam legde aan [wederpartij] een bestuurlijke boete van € 4.000,- op wegens het onttrekken van een verhuurde woning aan de woonbestemming door hennepteelt. Na bezwaar matigde het college de boete tot € 2.000,-. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en matigde de boete verder tot € 1.330,- vanwege diens geringe financiële draagkracht.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat bij wettelijk vastgestelde boetes, zoals hier, de mate van verwijtbaarheid en draagkracht in principe geen rol spelen, tenzij bijzondere omstandigheden aannemelijk worden gemaakt. [Wederpartij] had onvoldoende bewijs geleverd van bijzondere omstandigheden die matiging rechtvaardigen.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het de boete matigde en verklaarde het beroep van het college gegrond. De boete werd vastgesteld op € 2.000,- conform het wettelijke voorschrift. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De boete van € 2.000,- wordt gehandhaafd en het beroep van [wederpartij] wordt ongegrond verklaard.