ECLI:NL:RVS:2016:1772
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onzorgvuldige oplegging vrijheidsontnemende maatregel aan vreemdeling
De vreemdeling meldde zich op 21 september 2015 bij de grensbewaking van luchthaven Schiphol en gaf aan een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel te willen indienen. De staatssecretaris stelde het besluit over de toegang tot Nederland uit en legde een vrijheidsontnemende maatregel op. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank onterecht bevoegd was verklaard kennis te nemen van het beroep tegen het uitstellen van het besluit over de toegang. Tevens concludeerde de Afdeling dat de vrijheidsontnemende maatregel onzorgvuldig was voorbereid, omdat de vreemdeling niet duidelijk was gemaakt dat hij bijzondere persoonlijke omstandigheden moest aanvoeren om een lichter middel te kunnen verkrijgen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond en oordeelde dat het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel gegrond was. Omdat de maatregel inmiddels was opgeheven, werd geen bevel tot opheffing gegeven. De vreemdeling kreeg een vergoeding toegekend over de periode van 21 september tot 1 oktober 2015, en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en de vrijheidsontnemende maatregel onzorgvuldig bevonden met toekenning van vergoeding aan de vreemdeling.