ECLI:NL:RVS:2016:180
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning asiel en afwijzing aanvraag onbepaalde tijd
De staatssecretaris heeft op 27 november 2014 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en diens aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de contra-expertise aanleiding gaf tot twijfel aan de taalanalyse die concludeerde dat de vreemdeling niet eenduidig herleidbaar is tot Zuid-Somalië. De staatssecretaris heeft daarmee de bewijslast voor intrekking op correcte wijze voldaan en de vreemdeling heeft dit niet weerlegd.
Verder faalden de beroepsgronden van de vreemdeling die stelden dat intrekking in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro, artikel 8 EVRM Pro en artikelen 7 en 24 van het Handvest van de grondrechten van de EU. Ook de stelling dat uitzetting onmogelijk zou zijn, werd verworpen omdat dit geen onderdeel is van de beoordeling van de verblijfsvergunning.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning asiel blijft in stand.