ECLI:NL:RVS:2016:1960
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking van twee bedrijfsvergunningen wegens onvoldoende werknemers
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok op 16 juli 2014 twee van de drie aan appellante verleende bedrijfsvergunningen in wegens het feit dat zij minder dan tien werknemers in dienst heeft. Appellante voerde aan dat zij op grond van overgangsrecht en het vertrouwensbeginsel recht heeft op behoud van drie vergunningen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bedrijfsvergunningen onder de Parkeerverordening 2013 worden verleend en dat het overgangsrecht niet inhoudt dat eenmaal verleende vergunningen niet kunnen worden ingetrokken. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat er geen concrete en ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan die het recht op drie vergunningen garanderen. De enkele verleningen in 2002 en 2009, waarbij werd gecontroleerd, rechtvaardigen geen recht op continuering.
Verder werd geoordeeld dat het college de hardheidsclausule niet hoefde toe te passen omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die dit vereisten. Ook was er geen belang bij een langere aanpassingstermijn, aangezien appellante door een vergissing van het college tot 31 augustus 2015 drie vergunningen kon gebruiken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van twee bedrijfsvergunningen wegens onvoldoende aantal werknemers.