ECLI:NL:RVS:2016:2107
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag wegens ontbreken bewijs gastouderopvangkosten
Appellante ontving in 2009 een voorschot kinderopvangtoeslag voor opvang bij een kinderdagverblijf en gastouderopvang via een gastouderbureau. De Belastingdienst/Toeslagen herzag het voorschot omdat appellante niet kon aantonen dat zij kosten had gemaakt voor de gastouderopvang, een vereiste voor toeslag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen de herziening niet-ontvankelijk dan wel ongegrond, omdat zij geen jaaropgave of facturen kon overleggen en de betaalde bedragen niet overeenkwamen met de opgegeven uren en tarieven. Appellante voerde aan dat het gastouderbureau geen facturen verstrekte en dat de FIOD de administratie in beslag had genomen.
De Raad van State oordeelde dat appellante de bewijslast draagt om de kosten aan te tonen en dat het ontbreken van een deugdelijke administratie voor haar risico komt. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de toeslag aan haar zus onterecht was toegekend door een fout van de Belastingdienst.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag bevestigd.