ECLI:NL:RVS:2016:211
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens onrechtmatig gebruik woning als seksinrichting
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde aan appellant een bestuurlijke boete van €7.500 op wegens overtreding van de Huisvestingswet en de Regionale huisvestingsverordening door het zonder vergunning onttrekken van een woonruimte aan de bestemming tot bewoning. De overtreding bestond uit het gebruik van de woning als seksinrichting, waarbij meerdere vrouwen werden aangetroffen die zichzelf voor seksuele diensten aanboden.
Appellant betwistte de boete en stelde dat hij niet wist en niet kon weten dat de woning op deze wijze werd gebruikt, omdat hij de verhuur aan een makelaar had overgedragen en direct actie had ondernomen toen hij op de overtreding werd gewezen. De rechtbank wees het beroep af, maar de Raad van State oordeelde dat appellant aannemelijk had gemaakt dat hij de overtreding had beëindigd zodra hij daarvan op de hoogte was en dat de boete daarom gematigd moest worden.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van het college, stelde de boete vast op €5.625, en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De Afdeling benadrukte dat de eigenaar zich tot op zekere hoogte moet informeren over het gebruik van zijn pand, maar dat bijzondere omstandigheden tot matiging kunnen leiden.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt verminderd van €7.500 naar €5.625 wegens bijzondere omstandigheden en het beroep wordt gegrond verklaard.