ECLI:NL:RVS:2016:2123
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende uitzonderlijke veiligheidssituatie in Tripoli, Libië
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. De vreemdeling betoogde dat de algemene veiligheidssituatie in Tripoli, Libië, zodanig slecht is dat terugkeer niet verantwoord is. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Afdeling heeft de actuele situatie in Tripoli en Libië beoordeeld aan de hand van uitgebreide stukken, waaronder rapporten van de Verenigde Naties, Amnesty International, Human Rights Watch en andere internationale organisaties. Hoewel de veiligheidssituatie zorgwekkend en instabiel blijft, is de intensiteit van de gevechten in Tripoli verminderd en is er geen sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 die bescherming zou rechtvaardigen.
De Afdeling oordeelt dat het toegenomen aantal ontheemden en de oproep van de UNHCR om gedwongen uitzettingen op te schorten niet voldoende zijn om de conclusie te wijzigen. De vreemdeling loopt niet louter door zijn aanwezigheid in Tripoli een reëel risico op ernstige bedreiging. Het hoger beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd omdat de veiligheidssituatie in Tripoli niet uitzonderlijk is.