ECLI:NL:RVS:2016:2183
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilstelling voorschotten kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs betaling kosten
Appellant maakte in de jaren 2012 tot en met 2014 gebruik van kinderopvang waarvoor zij voorschotten kinderopvangtoeslag ontving. De Belastingdienst stelde de voorschotten over deze jaren gewijzigd vast op nihil omdat appellant onvoldoende bewijs leverde dat zij de volledige kosten had betaald.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. Zij voerde aan dat zij met facturen, kwitanties, bankafschriften en verklaringen van het kinderdagverblijf aannemelijk had gemaakt dat zij de kosten had voldaan, ook deels contant met spaargeld.
De Raad van State overwoog dat contante betalingen gestaafd moeten worden met kwitanties en corresponderende geldopnames, wat in deze zaak ontbrak. Voor elk jaar bleek dat appellant niet aannemelijk had gemaakt de volledige kosten te hebben betaald. De stelling dat contante betalingen met spaargeld waren gedaan, kon niet worden bewezen.
De Afdeling bevestigde dat de Belastingdienst terecht de toeslag op nihil stelde en dat de terugvordering niet disproportioneel is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de nihilstelling van voorschotten kinderopvangtoeslag bevestigd.