ECLI:NL:RVS:2016:2186
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering verbeurde dwangsom ondanks gezondheids- en financiële bezwaren appellant
Appellant, mede-eigenaar van een perceel te Netersel, kreeg een last onder dwangsom opgelegd om materialen te verwijderen. Na constatering dat hij niet aan deze last had voldaan, besloot het college tot invordering van de verbeurde dwangsom van €50.000.
Appellant voerde aan dat zijn slechte gezondheid hem verhinderde het perceel op te ruimen en dat derden materialen op zijn perceel storten. Ook stelde hij dat de situatie geen overlast veroorzaakte en dat hij financieel niet in staat was te betalen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het belang van invordering zwaarwegend is en dat bezwaren tegen de rechtmatigheid van de last onder dwangsom niet in de invorderingsfase aan de orde kunnen komen, behalve bij zeer bijzondere omstandigheden. De door appellant aangevoerde omstandigheden werden niet als zodanig beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot invordering van de dwangsom van €50.000 is bevestigd.