ECLI:NL:RVS:2016:2191
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens ernstige vermoedens gevaar openbare orde
De staatssecretaris heeft het verzoek van appellant om het Nederlanderschap te verkrijgen afgewezen op grond van ernstige vermoedens dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde. Dit besluit werd gevolgd door een ongegrondverklaring van het bezwaar en een afwijzing van het beroep door de rechtbank. Appellant stelde dat de afwijzing in strijd was met de onschuldpresumptie, omdat hij door de strafrechter niet-ontvankelijk was verklaard in de vervolging.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de afwijzing niet gebaseerd hoeft te zijn op bewezen schuld, maar op ernstige vermoedens omtrent gevaar voor de openbare orde. De openstaande strafzaak vormde een serieuze verdenking die voldoende was om het verzoek af te wijzen. Het beleid zoals neergelegd in de Handleiding werd als redelijk beoordeeld. Het beroep op de onschuldpresumptie faalde omdat het besluit geen oordeel over schuld bevatte.
Verder werd geoordeeld dat de minister terecht geen inhoudelijke beoordeling van de strafrechtelijke verdenking verrichtte en dat het horen in bezwaar niet verplicht was omdat er geen reële kans was op een andersluidend besluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.