ECLI:NL:RVS:2016:2214
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Bij besluiten van 14 maart 2016 heeft de staatssecretaris de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moest nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat vreemdeling 1, vanwege haar medische omstandigheden, als bijzonder kwetsbaar moest worden aangemerkt en dat aanvullende garanties van Italië nodig waren. De staatssecretaris had voldoende waarborgen getroffen dat vreemdeling 1 adequate zorg zou ontvangen.
Ook oordeelde de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de aanvraag van vreemdeling 2 afhankelijk was van die van vreemdeling 1 vanwege de vermeende onderlinge afhankelijkheid. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.