ECLI:NL:RVS:2016:2219
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inreisverbod wegens onvoldoende motivering actualiteit bedreiging openbare orde
De vreemdeling had een verblijfsvergunning regulier van 2000 tot 2004 en is in 2009 ongewenst verklaard. De staatssecretaris weigerde in 2014 zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning en legde een inreisverbod van tien jaar op vanwege een ernstige bedreiging voor de openbare orde, gebaseerd op eerdere veroordelingen voor geweldsdelicten.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de staatssecretaris ook de actualiteit van de bedreiging had moeten beoordelen, zoals vereist volgens het arrest Z.Zh. en I.O. van het Hof van Justitie. De staatssecretaris had dit echter niet gedaan, waardoor het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd.
De rechtbank had dit niet onderkend en verklaarde het beroep ongegrond. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep gegrond is, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt dat bij het opleggen van een inreisverbod van meer dan vijf jaar een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging moet worden vastgesteld, waarbij ook de actualiteit van de bedreiging moet worden beoordeeld.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van het inreisverbod wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering van de actualiteit van de bedreiging.