ECLI:NL:RVS:2016:222
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. van Altena
- N.S.J. Koeman
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vergoeding planschade en kosten deskundige bijstand na bestemmingsplanwijziging
Appellant, eigenaar van een bedrijfspand te Den Burg, verzocht het college om vergoeding van planschade als gevolg van een bestemmingsplanwijziging die de gebruiksmogelijkheden van zijn pand beperkte. Het college wees de aanvraag aanvankelijk af, waarna diverse bezwaar- en beroepsprocedures volgden. Uiteindelijk kende het college een vergoeding toe van €11.250,- plus wettelijke rente en een vergoeding voor juridische bijstand van €4.356,-.
Appellant stelde dat het college onjuist had gehandeld door geen vergoeding toe te kennen voor vermogensschade door vervallen bebouwingsmogelijkheden en voor kosten van deskundige bijstand. De Afdeling oordeelde dat appellant het risico van niet-benutting van bebouwingsmogelijkheden heeft aanvaard en dat het planologische nadeel was weggenomen door een omgevingsvergunning. De schadetaxatie door de SAOZ was voldoende gemotiveerd en inzichtelijk, en de door appellant overgelegde contra-expertises boden geen concrete aanknopingspunten voor twijfel.
Wel werd geoordeeld dat het college ten onrechte geen vergoeding had toegekend voor de kosten van deskundige bijstand in de bezwaarfase, omdat het inschakelen van een deskundige redelijk en noodzakelijk was voor het opstellen van een reactie op het conceptadvies. Ook werd een vergoeding van €2.500,- toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim zeven jaar. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit van 20 januari 2015 vernietigd voor zover het geen vergoeding van deskundigenkosten bevatte.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten deskundige bijstand en een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.