ECLI:NL:RVS:2016:2283
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en beoordeling nieuw besluit bewaring
Bij besluit van 6 februari 2016 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld op basis van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verklaarde zich echter onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen dit besluit, omdat zij dit aanzag als een vervolgberoep op een eerdere maatregel van bewaring van 22 januari 2016.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het besluit van 6 februari 2016 een nieuwe maatregel van bewaring betreft, gebaseerd op een andere wettelijke grondslag dan het besluit van 22 januari 2016. Hierdoor is het beroep tegen het besluit van 6 februari 2016 een eerste beroep en geen vervolgberoep, waardoor de rechtbank wel bevoegd is om dit te behandelen.
De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en beoordeelt het beroep zelf inhoudelijk. De vreemdeling voerde aan dat de maatregel onrechtmatig was, maar dit betoog faalt omdat het beroep gericht is tegen het nieuwe besluit. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Afdeling besluit de hoger beroepen gegrond te verklaren, de uitspraak van de rechtbank te vernietigen, het beroep van de vreemdeling ongegrond te verklaren en het verzoek om schadevergoeding af te wijzen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 6 februari 2016 tot vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.