ECLI:NL:RVS:2016:2300
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- R. van der Spoel
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor illegale bouw en gebruik natuurgebied te Bodegraven
Het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk heeft bij besluit van 5 juni 2014 aan appellant gelast verschillende zonder vergunning gerealiseerde bouwwerken en gebruiksactiviteiten op zijn perceel in een natuurgebied te beëindigen. Het betrof onder meer een boothuis, een perceelafscheiding en een aangelegde haven met beschoeiing. Appellant voerde onder meer aan dat het boothuis een recreatievoorziening was en dat voor de perceelafscheiding geen vergunning nodig was vanwege een verkeerde hoogtebepaling.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht handhavend optrad omdat het boothuis niet als bijbehorend bouwwerk zonder vergunning mocht worden gebouwd, de perceelafscheiding niet voldeed aan de voorwaarden voor vergunningvrij bouwen en de haven niet onder overgangsrecht viel. Appellant stelde dat er zicht was op legalisering en dat het college willekeurig handhaafde, maar deze bezwaren werden verworpen vanwege het ontbreken van concreet zicht op legalisering en gegronde prioritering van handhaving.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep en het beroep tegen het invorderingsbesluit van de dwangsommen ongegrond. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die het college zouden verplichten af te zien van handhaving. De opgelegde dwangsommen van €16.500,00 worden terecht gevorderd.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen het invorderingsbesluit worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.