ECLI:NL:RVS:2017:1423
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- J. Kramer
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit en invordering dwangsommen wegens illegale bouw boothuis en aanleg haven
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk heeft appellant onder dwangsom gelast een illegaal gebouwd boothuis te verwijderen en een zonder vergunning afgegraven haven te dempen. Appellant stelde dat het boothuis onder overgangsrecht valt en dat er concreet zicht op legalisatie bestaat vanwege een nieuw bestemmingsplan en toezeggingen van een ambtenaar.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling overweegt dat het bouwen van het boothuis zonder omgevingsvergunning in strijd is met de Wabo en dat het overgangsrecht geen vergunning vervangt. Ook is voor het afgraven van de haven een vergunning vereist, ongeacht het waterbergend vermogen.
Verder is onvoldoende gebleken dat er concreet zicht op legalisatie bestaat, aangezien het ontwerpbestemmingsplan nog niet ter inzage lag en toezeggingen van een ambtenaar niet toereikend zijn voor een beroep op het vertrouwensbeginsel. Het college heeft niet willekeurig gehandeld en het invorderingsbesluit is terecht genomen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de handhavingsbesluiten en invordering van dwangsommen worden bevestigd.