ECLI:NL:RVS:2016:2358
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs betaling gastouderopvang
Appellant had kinderopvangtoeslag aangevraagd voor opvang van zijn kind bij een gastouder en een kindercentrum. De Belastingdienst/Toeslagen stelde het voorschot voor 2008 op nihil en voor 2009 op een lager bedrag vast, omdat de overeenkomst voor gastouderopvang niet voldeed aan de vereisten en appellant onvoldoende bewijs leverde van betaling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de overgelegde overeenkomsten ontoereikend waren en de betalingsbewijzen niet overtuigend genoeg om het volledige bedrag aan kosten te dekken. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het oordeel van de rechtbank. Zij oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat de kosten van gastouderopvang volledig waren voldaan, mede doordat de betalingsoverzichten niet overeenkwamen met de daadwerkelijke kosten en de bankafschriften onvoldoende verband hielden met de opvangkosten. De Afdeling wees ook op eerdere jurisprudentie waarin werd gesteld dat contante betalingen met kwitanties en geldopnamen moeten worden aangetoond.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.