ECLI:NL:RVS:2016:2379
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat vreemdeling geen reëel risico loopt bij terugkeer naar Sri Lanka
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 23 april 2015 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling bij terugkeer naar Sri Lanka een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM. De vreemdeling was in 2008 gedetineerd wegens verdenking van betrokkenheid bij de LTTE, had een verklaring ondertekend en had littekens. De staatssecretaris achtte deze feiten geloofwaardig maar oordeelde dat dit niet automatisch betekent dat de vreemdeling als activist in negatieve belangstelling staat of een reëel risico loopt.
De Raad van State overwoog dat het beleid een combinatie van risicofactoren als indicatie kan zien, maar dat dit niet in alle gevallen tot een risico leidt. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.