ECLI:NL:RVS:2016:238
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitkering na gedeeltelijke eigen schuld bij geweldsmisdrijf
Appellant is slachtoffer geworden van een poging tot doodslag waarbij hij ernstig letsel opliep. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven kende hem een uitkering toe van €1.830, waarbij een aftrek van 50% werd toegepast omdat appellant mede schuld had aan het incident. Dit mede vanwege een eerdere confrontatie waarbij appellant en een derde geweld hadden gebruikt tegen de dader.
De rechtbank oordeelde dat de commissie zich in redelijkheid op het strafvonnis kon baseren en dat er een duidelijk verband bestond tussen de eerdere confrontatie en het schietincident. Appellant stelde in hoger beroep dat de gebeurtenissen te ver uit elkaar lagen en dat het geweld van hem niet rechtvaardigde dat hij werd beschoten.
De Raad van State oordeelde dat de commissie terecht ook de eerdere geweldsincidenten kon betrekken bij de beoordeling van het eigen aandeel van appellant. De commissie had het beleid correct toegepast door de uitkering te halveren vanwege disproportioneel geweld van de dader. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitkering met 50% aftrek blijft in stand.