Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
circular lettervan de Italiaanse autoriteiten van
samenvast te stellen. Ten onrechte trekt verweerder uit het arrest M.A. e.a. van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) [3] de conclusie dat eisers dochter geen zelfstandig eigen belang heeft, welke samenhangt met haar minderjarigheid. Immers dat het belang van de dochter een eerste overweging dient te zijn bij het nemen van de beslissing op de asielaanvraag van eiser, volgt rechtstreeks uit artikel 3, eerste lid, van het IVRK [4] . Eiser stelt dat het belang van zijn dochter is dat Nederland zijn asielaanvraag inhoudelijk behandelt. Centraal dient te staan of het in haar belang is dat zij aan Italië wordt overgedragen. Ten aanzien van het welzijn en de sociale ontwikkeling van eisers dochter voert eiser aan dat zij slechts 14 dagen in Italië zijn geweest en daar geen asiel hebben aangevraagd. Zij verblijven inmiddels 8 maanden in Nederland. Eisers dochter gaat hier naar school en zij hebben contacten met familieleden in Nederland en Duitsland. Gelet op de voorgaande feiten meent eiser dat het verblijf van eisers dochter in Nederland in haar belang is. Het is aan verweerder te onderzoeken of dit met zich brengt of het in het belang van eisers dochter is dat haar asielprocedure in Nederland plaatsvindt in plaats van in Italië. Verder stelt eiser dat een afhankelijkheidsrelatie geen voorwaarde is voor het aannemen van het belang. Eiser meent dat fysieke contacten met de familie meer kunnen plaatsvinden tussen Nederland en Duitsland dan Duitsland en Italië. Verweerder gaat daarnaast voorbij aan de contacten tussen eisers dochter en haar oom en tante in Nederland.
circular lettervan de Italiaanse autoriteiten van 5 december 2022 waarin de lidstaten wordt verzocht tijdelijk de Dublinoverdrachten aan Italië op te schorten, geen aanleiding geeft voor een ander oordeel. De staatssecretaris heeft in het verweerschrift uiteengezet welke stappen na deze brief zijn ondernomen en heeft (ter zitting) toegelicht dat uit het bericht van de Italiaanse autoriteiten van 4 januari 2023 middels “DublinNet” volgt dat overdrachten vanaf februari opnieuw kunnen worden ingepland. Daar komt bij dat het in het bestreden besluit gaat om de vaststelling van Italië als verantwoordelijke lidstaat. Het feit dat de overdracht op het moment van het nemen van het besluit ten gevolge van deze opschorting tijdelijk niet kan worden uitgevoerd betreft een tijdelijk overdrachtsbeletsel wat deze vaststelling niet onrechtmatig maakt [11] . Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat voorgaande ook niet betekent dat verweerder de behandeling van de asielaanvraag aan zich had moeten trekken. Met de bindende overdrachtstermijn uit artikel 29, eerste en tweede lid, van de Dublinverordening wordt gewaarborgd dat onzekerheid over de overdracht van een vreemdeling van beperkte duur is. Als de opschorting van de Dublinoverdracht door Italië vanwege het gebrek aan opvangvoorzieningen langer duurt dan de overdrachtstermijn, dan zal verweerder de aanvraag van eiser alsnog inhoudelijk moeten behandelen. In het geval van eiser en zijn dochter verloopt de overdrachtstermijn op 30 februari 2023.