ECLI:NL:RVS:2016:2383
Raad van State
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt gelijk in hoger beroep over onderdak en leefgeldvoorziening
Een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om onderdak en leefgeld. Het college wees dit verzoek af door te verwijzen naar de bed-bad-broodvoorziening. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde de vreemdeling dat het college ten onrechte volstond met deze verwijzing, omdat hij gezien zijn ernstige medische situatie aanspraak kon maken op een uitgebreidere voorziening uit het Programma Vreemdelingen.
De Raad van State oordeelde dat het college ondeugdelijk had gemotiveerd dat de vreemdeling geen begin van bewijs had geleverd dat de bed-bad-broodvoorziening onvoldoende was. De medische stukken toonden ernstige gezondheidsproblemen aan die een regelmatig leefpatroon vereisen. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het besluit van het college van 30 juli 2015 werd vernietigd voor zover het bezwaar ongegrond werd verklaard. Het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 992,00.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd, met een opdracht tot heroverweging en vergoeding van proceskosten.