ECLI:NL:RVS:2016:1782
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenrechtelijke voorzieningen en bevoegdheid college Amsterdam
Vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijven, verzochten het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om onderdak en leefgeld. Het college verwees hen naar de bed-bad-broodvoorziening en verklaarde bezwaren ongegrond. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de vreemdelingen recht hadden op voorzieningen en vernietigde de besluiten van het college.
De vreemdelingen en het college stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Centrale Raad van Beroep verklaarde zich onbevoegd voor zover het ging om de bed-bad-broodvoorziening en stuurde de zaken door. De Raad van State overwoog dat het college geen specifieke wettelijke bevoegdheid heeft om voorzieningen te verstrekken aan niet rechtmatig verblijvende vreemdelingen en dat het beleid van het college buitenwettelijk begunstigend beleid is.
De Raad oordeelde dat het college terecht volstond met verwijzing naar de bed-bad-broodvoorziening, omdat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie onderdak biedt in een vrijheidsbeperkende locatie. De grieven van de vreemdelingen dat de voorzieningen onvoldoende zijn, faalden. Het incidenteel hoger beroep van het college was deels niet-ontvankelijk en deels gegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze de vreemdelingen gelijk gaf en de beroepen ongegrond verklaard.
Uitkomst: De hoger beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam vernietigd voor zover deze de vreemdelingen gelijk gaf.