ECLI:NL:RVS:2016:2431
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep onderdak vreemdeling
De vreemdeling, die meerderjarig is en niet rechtmatig in Nederland verblijft, verzocht de staatssecretaris om onderdak en leefgeld. De staatssecretaris bood voorwaardelijk onderdak aan in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL) onder de voorwaarde dat de vreemdeling meewerkt aan vertrek uit Nederland. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk omdat hij al onderdak kreeg van de gemeente Amsterdam.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat hij wel degelijk belang had bij een beoordeling van het beroep, omdat het aanbod van de staatssecretaris niet reëel is en de voorwaarde van medewerking aan vertrek niet haalbaar voor hem is. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen belang aannam en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling toetste het besluit van de staatssecretaris en oordeelde dat het aanbod van voorwaardelijk onderdak in een VBL onder de gestelde voorwaarden rechtmatig is. De vreemdeling kon niet aannemelijk maken dat hij door psychische gesteldheid niet kon voldoen aan de voorwaarden. Ook faalde het betoog dat de staatssecretaris een vorm van vertrek kiest die strijdig is met de Terugkeerrichtlijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.