ECLI:NL:RVS:2016:2286
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering onvoorwaardelijk onderdak aan niet-rechtmatig verblijvende vreemdeling
De vreemdeling, die meerderjarig is en niet rechtmatig in Nederland verblijft, verzocht de staatssecretaris om onderdak en leefgeld. De staatssecretaris bood voorwaardelijk onderdak aan in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL). De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk omdat zij reeds onderdak had via de bed-bad-broodvoorziening van de gemeente Amsterdam.
In hoger beroep betoogde de vreemdeling dat de gemeente Amsterdam haar onderdak onverplicht aanbiedt en dat het onduidelijk is of dit onderdak continu beschikbaar blijft. De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling wel degelijk belang heeft bij een beoordeling van haar beroep tegen het besluit van de staatssecretaris, omdat het college niet verplicht is onderdak te bieden en de beschikbaarheid van het gemeentelijk onderdak onzeker is.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en toetste het besluit van de staatssecretaris inhoudelijk. De vreemdeling stelde dat de staatssecretaris geen voorwaarden mag verbinden aan het onderdak en dat de voorwaarde om mee te werken aan vertrek uit Nederland niet reëel is. De Raad van State verwierp deze bezwaren, stellende dat het aanbod van voorwaardelijk onderdak in een VBL onder de genoemde voorwaarde in beginsel toereikend is.
Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2016.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de staatssecretaris tot het aanbieden van voorwaardelijk onderdak werd ongegrond verklaard.