ECLI:NL:RVS:2016:2446
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing opheffing inreisverbod wegens gewijzigde omstandigheden
De vreemdeling verzocht om opheffing van een tegen hem uitgevaardigd inreisverbod, omdat hij na het uitvaardigen van het verbod een relatie had gekregen met een Poolse partner in Nederland en samen een kind had erkend. De staatssecretaris wees dit verzoek af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit.
De vreemdeling stelde dat hij door zijn relatie met een Poolse partner als gemeenschapsonderdaan moet worden beschouwd, waardoor het inreisverbod niet langer stand kan houden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank dit niet had meegewogen en dat dit relevant is voor de beoordeling van het verzoek om opheffing van het inreisverbod.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen in stand liet en gelastte de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de gewijzigde omstandigheden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van het besluit in stand werden gelaten; de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.