ECLI:NL:RVS:2016:2545
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- B.P. Vermeulen
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing toeslag vergoeding rechtsbijstand supersnelrechtzaak
De appellant, een advocaat die rechtsbijstand verleende in een supersnelrechtzaak, verzocht de raad voor rechtsbijstand om een toeslag van 2 punten bovenop de basisvergoeding van 4 punten. Deze toeslag is bedoeld voor strafzaken waarin over de gevangenhouding of gevangenneming is geoordeeld. De raad wees dit verzoek af, omdat in supersnelrechtzaken volgens hen geen recht bestaat op deze toeslag. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat noch de tekst van artikel 16 van Pro het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr), noch de totstandkomingsgeschiedenis een uitzondering voor supersnelrechtzaken maken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de toelichtingen bij het Bvr niet uitsluiten dat een toeslag kan worden toegekend in supersnelrechtzaken. De tekst van artikel 16 vereist Pro slechts dat over gevangenhouding of gevangenneming is geoordeeld, zonder dat dit in een afzonderlijke zitting hoeft te zijn.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van de raad en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en droeg de raad op een nieuw besluit te nemen binnen vier weken. Tevens werd bepaald dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed, zonder proceskostenveroordeling vanwege de aard van de procedure.
Uitkomst: Het besluit van de raad voor rechtsbijstand om de toeslag af te wijzen wordt vernietigd en de raad wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.