ECLI:NL:RVS:2016:2567
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen door overschrijding toegestane arbeidsuren
De minister legde appellant een boete van €24.000,00 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat twee vreemdelingen werkzaamheden verrichtten die de toegestane arbeidsuren van hun tewerkstellingsvergunning overschreden. De rechtbank stelde de boete vast op €16.000,00 en verklaarde het beroep deels gegrond.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat appellant tijdig beroep had ingesteld en dat aanvullende gronden niet te laat waren ingediend. De minister verzocht om matiging van de boete met 25% vanwege correcte loonbetaling en administratie.
De Raad van State overwoog dat de minister bij boeteoplegging rekening moet houden met verwijtbaarheid en ernst van de overtreding en dat de rechter de evenredigheid zonder terughoudendheid toetst. Gezien de omstandigheden, waaronder compensatie van overschrijding en correcte loonbetaling, matigde de Raad de boete met 50% tot €10.000,00. Tevens werd de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover de boete werd vastgesteld op €16.000,00 en werd het hoger beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen is vastgesteld op €10.000,00 met toepassing van matiging.