ECLI:NL:RVS:2016:2677
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen besluit nadeelcompensatie Pompeneiland BV wegens gewijzigde verkeerssituatie
Pompeneiland BV diende een verzoek in voor nadeelcompensatie wegens omzetverlies door gewijzigde verkeerssituatie na aanleg van een nieuwe aansluiting op de A67 nabij Hapert. Het college kende aanvankelijk € 7.619 toe, maar verklaarde bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelde dat het college het besluit moest herzien vanwege een motiveringsgebrek en stelde een nieuwe schadeperiode vast vanaf het begin van de voorbereidende werkzaamheden.
In hoger beroep betoogde Pompeneiland BV onder meer dat het college onjuiste referentieperiodes en maatstaven hanteerde voor de schadeberekening en dat kortingen als schadebeperkende maatregelen onvoldoende werden meegenomen. Het college verdedigde de keuze van de referentieperiode en de wijze van schadeberekening, gesteund op adviezen van de SAOZ.
De Raad van State oordeelde dat het college het motiveringsgebrek op juiste wijze had hersteld, dat de referentieperiode van één jaar gerechtvaardigd was gezien de dalende omzettrend, en dat de schadeberekening adequaat was. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat het college een nieuw besluit moest nemen. Tevens werd de proceskostenveroordeling aan het college verminderd omdat niet alle kosten redelijk waren. Het hoger beroep van Pompeneiland BV werd ongegrond verklaard, dat van het college gegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Pompeneiland BV wordt ongegrond verklaard, het hoger beroep van het college gegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, waarbij het besluit van 9 april 2014 in stand blijft en de proceskostenveroordeling wordt verminderd.