ECLI:NL:RVS:2016:2753
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing tracébesluit Zuidelijke Ringweg Groningen fase 2 met nadruk op verkeersveiligheid en externe veiligheid
Bij besluit van 29 september 2014 stelde de minister het tracébesluit 'A7/N7 Zuidelijke Ringweg Groningen fase 2' vast. Diverse appellanten, waaronder bewoners, stichtingen en scholen, stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State constateerde in een tussenuitspraak gebreken en gaf de minister opdracht deze te herstellen. De minister stelde vervolgens een wijzigingsbesluit vast met aanvullende motivering en onderzoek.
De kern van het geschil betreft de verkeersveiligheid en externe veiligheid van het tracé, waarbij onder meer de toepassing van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) en de uitvoering van een verkeersveiligheidsaudit centraal stonden. De Afdeling oordeelde dat de minister alsnog aan de verplichtingen uit de Wbr heeft voldaan door een audit te laten uitvoeren en de bevindingen te verwerken. Diverse bezwaren tegen de verkeersveiligheid, waaronder de breedte van rijstroken, hellingspercentages, weefvakken, en zichtlijnen, werden inhoudelijk beoordeeld en afgewezen vanwege voldoende motivering en toepassing van maatwerk.
Ook de externe veiligheid, waaronder het vervoer van gevaarlijke stoffen, de classificatie van de verdiepte ligging als tunnel en de toepassing van relevante wet- en regelgeving zoals de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels, werd uitvoerig behandeld. De Afdeling concludeerde dat de minister de risico's adequaat heeft onderzocht en gemotiveerd, dat de verkeersveiligheid en externe veiligheid voldoen aan de geldende normen en dat de bezwaren onvoldoende onderbouwd waren om het tracébesluit te vernietigen.
De Afdeling bevestigde daarmee het tracébesluit en het wijzigingsbesluit, waarbij tevens werd vastgesteld dat de verkeersveiligheidsaudit en de motivering van de minister voldoen aan de wettelijke eisen en dat de belangenafweging zorgvuldig heeft plaatsgevonden.
Uitkomst: De beroepen tegen het tracébesluit en het wijzigingsbesluit worden ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.