ECLI:NL:RVS:2016:2804
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit Wet arbeid vreemdelingen wegens toepasselijkheid waarschuwing
De minister legde aan appellant een boete van € 6.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder geldige tewerkstellingsvergunning. De boete werd later gematigd tot € 3.000. De rechtbank stelde de boete vervolgens vast op € 2.000 en wees proceskosten toe aan appellant. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de minister de overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen terecht heeft vastgesteld, ook al waren de werkzaamheden marginaal en zonder opdracht. Volgens de beleidsregel boeteoplegging had in dit geval echter volstaan moeten worden met een schriftelijke waarschuwing omdat de arbeid onbetaald, eenmalig, van geringe omvang en in de privésfeer was verricht door een familielid.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de boete vaststelde op € 2.000 en herroept het oorspronkelijke boetebesluit. In de plaats daarvan treedt de uitspraak van 30 juni 2015 waarin de boete werd vastgesteld op € 3.000, maar de Afdeling bepaalt dat een waarschuwing passend is. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het boetebesluit en bepaalt dat een waarschuwing passend is, met vergoeding van proceskosten aan appellant.