ECLI:NL:RVS:2016:2844
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- C.J. Borman
- B.P. Vermeulen
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland inzake een Wob-verzoek. De minister van Veiligheid en Justitie stelde dat sprake was van misbruik van recht. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant door haar gemachtigde misbruik heeft gemaakt van de wettelijke bevoegdheid om een Wob-verzoek in te dienen en hoger beroep in te stellen.
Dit oordeel is gebaseerd op meerdere feiten en omstandigheden. Zo heeft de Afdeling in eerdere uitspraken geoordeeld dat de gemachtigde frequent misbruik maakt van Wob-procedures, wat wordt bevestigd door het hoge bedrag aan ontvangen dwangsommen en proceskostenvergoedingen. Het Wob-verzoek zelf was onduidelijk geformuleerd en de gemachtigde weigerde dit te verduidelijken ondanks verzoeken van de minister.
Appellant is eigenaar van een juridisch adviesbureau en heeft zelf ruime ervaring met Wob-procedures, maar koos ervoor een gemachtigde in te schakelen die met algemene machtigingen werkt en niet ter zitting verschijnt. Pas in hoger beroep werd een brief overgelegd die enige verduidelijking bood. Deze handelswijze lijkt gericht op het incasseren van proceskostenvergoedingen.
Gelet op deze omstandigheden verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij het indienen van het Wob-verzoek en het instellen van hoger beroep.