ECLI:NL:RVS:2016:2846
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- C.J. Borman
- B.P. Vermeulen
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een Wob-verzoek. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat sprake is van misbruik van recht door appellant en zijn gemachtigde.
De Afdeling baseert dit oordeel op meerdere eerdere uitspraken waarin soortgelijke Wob-procedures met betrokkenheid van dezelfde gemachtigde zijn beoordeeld als misbruik van recht. Tevens is vastgesteld dat de gemachtigde tussen 2012 en 2015 ruim €309.318 aan dwangsommen en proceskostenvergoedingen heeft ontvangen in verband met soortgelijke Wob-verzoeken.
Daarnaast is het Wob-verzoek in deze zaak vaag geformuleerd, wat onnodige discussie in vervolgprocedures veroorzaakt. De gemachtigde heeft geen specifieke machtiging overgelegd en is niet verschenen op zittingen, wat het proces verder bemoeilijkt.
Gezien deze omstandigheden acht de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht, waarmee de procedure wordt beëindigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij het indienen van het Wob-verzoek en het instellen van hoger beroep.